Uitgebreide collectieve licentieverlening en "vermoedens van vertegenwoordiging"
Tegenwoordig kunnen instellingen voor cultureel erfgoed in bijna alle lidstaten van de Europese Unie profiteren van het rechtssysteem voor werken die niet meer in de handel zijn als rechtsgrondslag om bepaalde materialen online te publiceren. In het kader van dit systeem moeten instellingen voor cultureel erfgoed voor bepaalde soorten niet-commerciële werken een licentie sluiten met organisaties voor collectief beheer. In alle andere gevallen geldt een uitzondering op het auteursrecht en is er geen toestemming nodig om het materiaal online beschikbaar te stellen.
Om de vereffening van rechten te vereenvoudigen, krijgen organisaties voor collectief beheer in het kader van dit systeem een “uitgebreide” vertegenwoordigingsbevoegdheid of een “vermoeden van vertegenwoordiging”. Dat wil zeggen dat zij de instelling voor cultureel erfgoed kunnen machtigen om werken uit de handel online beschikbaar te stellen namens rechthebbenden die zij niet vertegenwoordigen, en voor werken die geen deel uitmaken van hun repertoire.
Het is de moeite waard om de voorwaarden te bekijken die tot nu toe in deze licenties zijn overeengekomen, omdat de voorwaarden een grote impact kunnen hebben op de mogelijkheden om uit de handel online beschikbaar te maken (afhankelijk van bijvoorbeeld de prijs, de reikwijdte van de verspreiding of andere verplichtingen).
De Slowaakse Nationale Bibliotheek
De Slowaakse Nationale Bibliotheek heeft een licentie afgesloten met de organisatie voor collectief beheer LITA. Het stelt de Nationale Bibliotheek in staat om literaire werken gepubliceerd in de vorm van monografieën, tijdschriften en tijdschriften online beschikbaar te stellen. Hieronder vallen fotografische werken en kunstwerken die daarin zijn opgenomen of daarmee verband houden, alsmede kunstwerken in de vorm van ansichtkaarten en cartografische werken. De overeengekomen vergoeding bedraagt ongeveer 200.000 EUR per jaar, wat nu is gestegen tot 240.000 EUR. De overeenkomst heeft een looptijd van een jaar en kan met een tweede jaar worden verlengd.
De overeenkomst stelt de nationale bibliotheek in staat digitale kopieën te maken en deze uitsluitend via de webinterface van de Slowaakse nationale digitale bibliotheek voor het publiek beschikbaar te stellen. Het online delen is beperkt tot het grondgebied van de Slowaakse Republiek en van de Europese Economische Ruimte.
Er worden aanvullende voorwaarden gesteld: gebruikers die niet bij de Slowaakse nationale digitale bibliotheek zijn geregistreerd, kunnen alleen een voorbeeld bekijken; zij hebben geen recht op wijzigingen of ingrepen in de inhoud, noch op het downloaden ervan; de Nationale Bibliotheek is verplicht maandelijks een samenvattend verslag te verstrekken over het gebruik van werken die niet meer in de handel zijn; en de nationale bibliotheek is belast met het afleggen van de verklaring bij EUIPO.
De Nationale Bibliotheek van Tsjechië
In Tsjechië heeft de Nationale Bibliotheek twee licenties afgesloten die gelden voor alle bibliotheken in het land (die zijn aangemeld bij het ministerie van Cultuur en als zodanig deel uitmaken van het bibliotheeksysteem), waardoor zij ook van het systeem kunnen profiteren.
De eerste licentie is gesloten met DILIA en heeft betrekking op monografieën, tijdschriften en tijdschriften die binnen het toepassingsgebied ervan vallen. Het is onderworpen aan een jaarlijkse vergoeding van ongeveer € 800.000. De tweede licentie is gesloten met OOA-S en omvat werken van beeldende kunst (verschillende soorten beelden) die zijn ingebed in of opgenomen in de literaire werken die onder het toepassingsgebied van de licentie met DILIA vallen. De overeengekomen vergoeding bedraagt circa € 200.000. De bedragen worden berekend op basis van het aantal bibliotheken dat van het systeem gebruikmaakt, hun geregistreerde gebruikers en de omvang van het gebruik van de nationale digitale bibliotheek. De vergunningen zijn gesloten voor de periode van januari 2024 tot en met december 2026.
De twee overeenkomsten beperken de verspreiding van het materiaal tot het online bekijken via apparaten in de gebouwen van de bibliotheken en tot het op afstand bekijken door geregistreerde lezers van het platform van de nationale digitale bibliotheek, op basis van authenticatie. Beide wijzen erop dat de toegang tot het materiaal beperkt is tot het grondgebied van de Tsjechische Republiek.
Memorandums of understanding in Nederland
In Nederland zijn drie sectorale overeenkomsten gesloten over tijdschriften, audiovisuele werken en muziekwerken.
De eerste is afgesloten met LIRA en Pictoright en strekt zich uit tot alle publiek toegankelijke culturele erfgoedinstellingen in Nederland. De overkoepelende overeenkomst maakt het mogelijk om kranten, tijdschriften en andere periodieke publicaties online beschikbaar te stellen, met inbegrip van de daarin opgenomen werken, zolang deze in Nederland zijn gepubliceerd. Er is een sluitingsdatum overeengekomen: de materialen moeten ten minste 10 jaar oud zijn. De overeenkomst is onderworpen aan een jaarlijkse vergoeding van € 115.000 (inflatie gecorrigeerd per jaar) betaald door de Koninklijke Bibliotheek van Nederland. De voorwaarden in het memorandum zijn overeengekomen voor een duur van 10 jaar.
De overeenkomst geeft alleen toestemming voor die werken gemaakt door onafhankelijke makers, freelancers. Instellingen voor cultureel erfgoed moeten nog steeds toestemming vragen voor werken die zijn gemaakt door uitgevers en hun werknemers, die vaak toestemming geven (individueel, buiten het systeem van niet-commerciële werken) zonder dat daarvoor een vergoeding nodig is.
Daarnaast zijn instellingen voor cultureel erfgoed, als onderdeel van de overeengekomen voorwaarden, verplicht om: bij de uitgever van de publicatie na te gaan of de materialen in de handel beschikbaar zijn; een machineleesbaar rechtenvoorbehoud te maken tegen het gebruik van het materiaal voor tekst- en datamining met een commercieel doel, met inbegrip van gebruik voor AI-opleidingsdoeleinden; redelijke inspanningen te leveren om ervoor te zorgen dat de materialen niet zijn ingebed in de website van een partij die geen begunstigde van de overeenkomst is.
Met StOPnl is een tweede memorandum van overeenstemming gesloten met betrekking tot audiovisuele werken waarvan de rechten in handen zijn van de producent. De overeenkomst strekt zich uit tot alle publiek toegankelijke culturele erfgoedinstellingen in Nederland en maakt de verspreiding van dit materiaal beperkt tot cultureel erfgoed in Nederland. Interessant is dat er geen kosten in rekening worden gebracht, onder voorbehoud van een beoordeling na twee en een half jaar.
Ten slotte is een derde memorandum van overeenstemming ondertekend met BUMA/STEMRA, waardoor alle publiek toegankelijke instellingen voor cultureel erfgoed in Nederland muziekwerken online beschikbaar kunnen stellen op websites over cultureel erfgoed. Het memorandum is onderworpen aan een jaarlijkse vergoeding van € 130 voor maximaal 120.000 streams, die stijgt tot € 260 voor maximaal 240.000 streams, en € 650 voor maximaal 600.000 streams. De overeenkomst geldt voor een jaar. Interessant is dat de statuten van de GMO's voor naburige rechten hen alleen representatief maken voor werken in de handel. Deze GMO's zijn derhalve geen partij bij deze overeenkomst.
De weg effenen voor andere instellingen voor cultureel erfgoed
Tot nu toe hebben slechts enkele instellingen gebruik gemaakt van het "out of commerce"-systeem. De onderhandelingsinspanningen van sommige instellingen zullen het hopelijk gemakkelijker maken voor andere instellingen voor cultureel erfgoed om ook gebruik te maken van het systeem van werken die niet meer in de handel zijn.
Niet alle hierboven beschreven omstandigheden mogen echter positief worden beoordeeld. Ten eerste omdat beperkingen op de toegang tot het materiaal in een specifiek land enigszins in strijd lijken te zijn met de geest van de CDSM-richtlijn, waarvan overweging 30 luidt: “Instituten voor cultureel erfgoed moeten kunnen profiteren van een duidelijk kader voor digitalisering en verspreiding, ook over de grenzen heen”. Ten tweede is de mogelijkheid om materiaal alleen via een specifiek platform te delen en te voorkomen dat het wordt ingebed in andere platforms voor cultureel erfgoed zeer zorgwekkend voor het Europeana-initiatief, en schadelijk voor meerdere inspanningen in de loop der jaren om de vindbaarheid en beschikbaarheid van digitaal cultureel erfgoed, ook over de grenzen heen, te vergemakkelijken, niet in de laatste plaats door de uitrol van een gemeenschappelijke Europese gegevensruimte voor cultureel erfgoed.
Lees meer over dit onderwerp
Als u meer wilt weten over dit onderwerp, bekijk dan de verschillende bronnen die zijn gecreëerd door de werkgroep Europeana out of commerce works, inclusief een pagina met een overzicht van de implementaties per land en de hierboven beschreven licenties.
U kunt ook lid worden van de Europeana Network Association Copyright Community om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen op dit gebied.
